We nemen afscheid van ons tanteke waarbij ze ons enkele tips geeft om onderweg te stoppen. We vertrekken onder een stralende hemel, na de miezerige dag van gisteren.

We besluiten om de geplande ”7-passes road” niet te volgen daar de gewone weg meer als voldoende afwisseling bied.
We stoppen een eerste maal in Plettenberg, een kuststadje waar we nog eens de schoonheid van de Zuid-Afrikaanse stranden kunnen vaststellen. In een bar op het strand nemen we een lekkere Cappucino.
We vervolgen onze weg over de N2 en rijden over enkele viaducten die grote kloven overbruggen. Voor we hierover reden dienden we wel een kleine tol te betalen. Nu, die N2, is een prima aangelegde weg en in zeer goede staat.

Wanneer we nogmaals over een kloof rijden zien we dat dit de Bloekranskloof en brug is. Hier kun je de hoogste Bungeesprong ter wereld vanaf een brug maken, 216 meter. Uiteraard stoppen we hier. Er is slechts één dappere die de sprong maakt. De Luc wil wel, maar riskeert het niet omwille van een moedwillige rug en een strengkijkende (bezorgde) Maddy.
Lijkt toch wel indrukwekkend die sprong. Hoewel er onmiddellijk moet bijgezegd worden dat de brug dan wel 216 meter hoog is, maar de sprong nog niet de helft haalt. Het is dus voornamelijk de hoogte en niet de lengte van de sprong die de adrenaline laat pompen. Aléé ja, ook de sprong natuurlijk.

Na deze leuke stop verder over de N2. We stoppen nog in 2 baaien, St Francis en Jeffreys. De eerste is een tweede Knokke en de tweede lijkt op Blankenberge. De stranden zijn hier wel mooi maar de rest van de omgeving kan de vergelijking met de eerder door ons ontdekte stranden niet doorstaan.

Via de N2 passeren we zonder oponthoud de grote stad “Port Elisabeth” en rijden via een kleinere, hobbelige baan richting onze logies. Iets voorbij het dorpje Addo, 3 huizen en een benzinestation, nemen we een afslag naar een onverharde weg. Vervolgens een klein uurtje langs een godvergeten weg naar “Camp Figtree”. Het laatste stuk is zeer smal en op sommige plaatsen steil en met dergelijke hobbels dat we soms vrezen het chassis van onze Toyota vast te rijden. Dit gebeurd echter niet en we bereiken ons Camp.

Dit is echt alle moeite waard. Wat een logies. Een uitzicht om nooit te vergeten (bij onze aankomst was het ook nog Sunset), Een prachtige grote kamer met echte koloniale meubels. Werkelijk een genot voor het oog. We worden ook nog Koninklijk ontvangen en het avondmaal daarna is ook, voor de afwisseling, nog eens van prima kwaliteit.

Elektriciteit is hier enkel mogelijk via een generator. Van 06:00 tot 12:00 en van 17:00 tot 22:00 krijgen we stroom. Dit is echt geen probleem gezien de fantastische locatie.

Morgen gaan we met de Toyota een Game drive doen in het park. Vandaag hebben we al enkele Zebra’s gespot onderweg.